De praktijk laat ons telkens weer zien dat het vervroegen van het arbeidsdeskundigonderzoek het proces kan versnellen. Vooral als er sprake is van een langer durende verzuimgeschiedenis, of onduidelijke klachten met een niet te voorspellen duur voor herstel.

Onlangs adviseerden we een werkgever om het arbeidsdeskundigonderzoek al in de vijfde maand uit te voeren. Dat is zes tot zeven maanden eerder dan gebruikelijk! De bedrijfsarts steunde het idee en werkte gemotiveerd mee. Het resultaat vormde een duidelijke basis voor vervolgstappen door de start van het 2e spoor te vervroegen. Ook de werknemer toonde zich bereid daaraan mee te werken. Het arbeidsdeskundigonderzoek liet namelijk zien dat werkgever en werknemer beter afscheid van elkaar konden nemen.

In plaats van 24 maanden, duurde dit traject door deze interventie slechts 16 maanden. Dat scheelt dus 8 maanden loonkosten en bijkomende kosten voor verzuimbegeleiding. De werknemer vond met behulp van een eerder ingeschakeld re-integratiebedrijf namelijk vrij snel een passende baan.

Ondanks het feit dat het vervroegen van het arbeidsdeskundigonderzoek vrijwel altijd tot meer duidelijkheid leidt en daardoor een beter re-integratieplan oplevert, blijft men uit gewoonte kiezen voor een arbeidsdeskundigonderzoek aan het einde van het 1e jaar – het opschudmoment. Los van de enorme beperking van de schadelast, is ook nog eens de kans op conflicten in dergelijke dossiers groot. Het is dus om meer dan een reden wenselijk het gezamenlijke proces te versnellen.

Lees hier, in een artikel van Scolea (de opleider), de methodische onderbouwing.

Met vriendelijke groet,
Jan van Poppel en
Loet Spaanstra